Zaman Nederland
Het kabinet heeft Kamervragen van de SP, PvdA, VVD en het CDA beantwoord over de Gülen-beweging. Hieruit werd duidelijk dat het kabinet onderzoek naar de beweging en door de heer Gülen geïnspireerde organisaties niet nodig acht. Het actualiteitenprogramma Nova had op 4 juli in een reportage geopperd dat een onderzoek noodzakelijk was naar de Gülen-beweging, die de programmamakers als sektarisch bestempelden. Uit de reactie van het kabinet is op te maken dat deze mening door Den Haag niet gedeeld wordt.
Behalve de Gülen-beweging plaatsten de programmamakers ook organisaties en scholen als het Cosmicus College, de Dialoog Academie, de Ondernemersfederatie Hogiaf en de Time Media Group in een bedenkelijk daglicht. Naar aanleiding van de berichtgeving werden door vier leden van de genoemde partijen Kamervragen gesteld.
De Kamerleden Sadet Karabulut (SP) en Madeleine van Toorenburg (CDA) stelden in september als eerste hun vragen aan het kabinet. Een maand later volgden de Kamerleden Halbe Zijlstra (VVD) en Jeroen Dijsselbloem (PvdA). De vragen van de laatstgenoemden overlapten die van hun voorgangers op veel fronten.
De bewindslieden die op de twee verschillende vraagrondes reageerden zijn de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Justitie, de minister voor Wonen, Wijken en Integratie en Staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Mede namens de overige bewindslieden stuurde minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie de Tweede Kamer de antwoorden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, Gerdi Verbeet (PvdA).
Toegang
Karabulut en Van Toorenburg vroegen of het kabinet stappen zal ondernemen om de heer Gülen in de toekomst eventueel de toegang tot Nederland te ontzeggen. Hierop reageerden de ministers ontkennend: “De Nederlandse autoriteiten beschikken niet over informatie waaruit kan worden afgeleid dat Fethullah Gülen activiteiten verricht op grond waarvan hem toegang tot Nederland zou moeten worden ontzegd.”
Uitspraken
Zijlstra en Dijsselbloem wezen het kabinet echter op verscheidene uitspraken die aan de heer Gülen worden toegeschreven. Hierop reageerde het kabinet kort en krachtig, het verwees de heren Zijlstra en Dijsselbloem naar de reactie op Kamervragen die de dames Karabulut en Van Toorenburg eerder stelden over hetzelfde onderwerp. Hierin gaf het kabinet duidelijk aan dat de Gülen-beweging uit juridisch autonome organisaties bestaat. Slechts op basis van persoonlijke en ideologische banden is er daadwerkelijk een band tussen deze organisaties.
Het overgrote deel van de organisaties die zich door de heer Gülen laten inspireren, heeft totaal verschillende doelstellingen. Daarnaast gaf het kabinet aan niet te zullen reageren op uitspraken die aan de heer Gülen toegeschreven zijn.
Diversiteit
In de Nova-reportage noemde hoogleraar Erik-Jan Zürcher de uitspraken van de heer Gülen ‘tot op zekere hoogte nadelig voor de integratie’. Deze mening deelt het kabinet niet. De bewindslieden zijn van oordeel dat de door Gülen geïnspireerde organisaties een grote vorm van diversiteit vertonen. Het kabinet benadrukt dat burgers in Nederland vrij zijn om religieuze en levensbeschouwelijke boodschappen uit te dragen, behoudens de grenzen die de wet hieraan stelt.
Volgens het kabinet is er ‘op dit moment geen reden een onderzoek te starten naar de beweegredenen van door Fethullah Gülen geïnspireerde organisaties en de effecten daarvan op de Nederlandse samenleving’.
Niet sektarisch
De heren Zijlstra en Dijsselbloem wezen het kabinet op het feit dat de Gülen-beweging volgens de Amerikaanse inlichtingendienst CIA beschikt over genoeg financiële mogelijkheden en dat daarmee ongeoorloofde zaken zouden worden bekostigd. Het kabinet ging hier niet op in. Het gaf slechts aan dat de aan de Gülen-beweging ‘verbonden’ organisaties zich niet inlaten met illegale praktijken. Ook bestaan er geen redenen voor het kabinet om er vanuit te gaan dat de Gülen-beweging of een van de organisaties een voedingsbodem vormt voor radicalisering.
Ook de door Nova gebezigde aanduiding ‘sektarisch’ nam het kabinet niet over. De Gülen-beweging wordt getypeerd als ‘overwegend religieus conservatief’. De bewindslieden gaven aan dat de Nederlandse overheid in alle gevallen pas kan ingrijpen bij gedrag dat aanzet tot haat. “Orthodox denken als zodanig is niet strafbaar.”
Ook wijst het kabinet op het feit dat de Europese Unie ‘noch Fethullah Gülen, noch door Fethullah Gülen geïnspireerde organisaties’ van terroristische activiteiten verdenkt. Van EU-maatregelen tegen de beweging, organisaties en internaten is in dit verband dan ook geen sprake.
Vreemd
De heren Zijlstra en Dijsselbloem vonden het vreemd dat de Gülen-beweging schijnbaar eigen media en instituten bezit. Zo werd verwezen naar het Cosmicus College en deze krant. Het kabinet gaf echter aan dat het voor geen enkele organisatie of beweging verboden is om eigen media of instituten te bezitten. Uiteindelijk stelden de Kamerleden van de VVD en PvdA dezelfde vraag als de SP en het CDA: “Bent u (kabinet) bereid een uitgebreide veiligheidsanalyse door de AIVD te laten uitvoeren?” Voor het antwoord hadden de heren Zijlstra en Dijsselbloem net zo goed de eerste reactie op dezelfde vraag kunnen lezen. Deze luidde: “Nee, er is op dit moment geen reden een dergelijk onderzoek te starten.”