Zaterdag 4 september 2010
 
Turks
 
 



Abonneer op onze RSS feed
Ook trots op het antidiscriminatiebeleid van de overheid?
 
 

Wasif ShadidWerkloosheid onder allochtonen vertoont een grillig beeld. Volgens het CBS was 4% van de autochtonen in 1999 werkloos tegenover 13% van de allochtonen. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) liet voor 2005 cijfers zien van respectievelijk 9 en 20%, en zelfs 40% onder allochtone jongeren. Voor 2007 wordt in de nota “Concretisering plan van aanpak discriminatie op de arbeidsmarkt” van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat op 23 april aan de Tweede Kamer is gestuurd, gesproken van 3.7% en 10.1%. Werkloosheid onder allochtonen is met andere woorden continu bijna drie keer hoger dan onder autochtonen.

Blaming the victim
Werkloosheid onder deze groepen wordt vaak verklaard vanuit het perspectief van 'blaming the victim'. Zij zouden te lui zijn, missen de noodzakelijke scholing en hechten weinig waarde aan onderwijs, terwijl de oorzaak veel meer in verschijnselen als vooroordelen en discriminatie gezocht moet worden. In de afgelopen drie decennia heeft de overheid toch talrijke maatregelen getroffen om de werkloosheid onder hen te bestrijden, zoals de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen van 1994, diens opvolger de Wet SAMEN, het MKB-convenant, het convenant Grote Ondernemingen en de vele maatregelen van gemeenten. Door het uitblijven van sancties bij niet-naleving was het voorspelbaar dat die maatregelen vooral tot meer bureaucratie zouden leiden. Immers, de wetten legden bedrijven slechts een rapportageverplichting op over de etnische samenstelling van hun personeelsbestanden. Zes jaar later concludeerde de ‘Task force Minderheden en de Arbeidsmarkt’ dat 80 procent van de bedrijven nog steeds geen allochtonen in dienst had.

Discriminatie
De houding van de overheid met betrekking tot directe, en indirecte vormen van discriminatie, zoals vooroordelen, nepotisme, onnodige eisen en de taal- en representativiteit-smoes (enkele ingrediënten van het glazen plafond), als meest hardnekkige barričres voor allochtonen, was echter overwegend passief, terwijl het effect van discriminatie keer op keer werd bevestigd. Onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken toonde in 2005 aan dat een derde van de allochtonen discriminatie op het werk ervoer. De discriminatiemonitor van het Sociaal Cultureel Planbureau liet vorig jaar zien dat uitgestroomde allochtone HBO- en WO-studenten aanzienlijk vaker zonder werk bleven dan hun autochtone collega’s en dat dit niet te verklaren was uit verschillen met autochtonen voor wat betreft het afstudeercijfer, het niveau van opleiding, leeftijd en geslacht. Ander onderzoek heeft eveneens aangetoond dat allochtone jongeren twee tot drie keer minder kans hadden op een stageplaats. Maatregelen tegen discriminatie kwamen gewoonlijk echter niet verder dan het aankondigen van meer onderzoek, het instellen van commissies, voorlichting over beeldvorming, en het aansluiten bij bestaande maatregelen. De hierboven genoemde kersverse nota van Sociale Zaken vormt hierop helaas geen uitzondering.
‘Politieke partijen staan voor een dilemma’

Durf
De terughoudendheid bij het formuleren van effectieve maatregelen komt niet alleen doordat discriminatie zeer moeilijk aantoonbaar is, maar is eerder het resultaat van gebrek aan politieke durf. Zeker in een tijd waarin werkgevers discriminatie als ‘risicovermijdend gedrag’ beschouwen, politici stigmatisering als ‘vrijheid van meningsuiting’ zien, en het verwerpelijke etnocentrisme als ‘trots op Nederland’ kwalificeren.
Gedurfd beleid vereist het inzetten van krachtige instrumenten zoals ‘contract compliance’. Een maatregel die onder andere door de Amerikaanse overheid voor datzelfde doel met succes werd ingezet en reeds in 1989 door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Nederland is bepleit. Dat houdt in dat overheidsopdrachten vooral worden toegekend aan bedrijven die daadwerkelijk kunnen aantonen dat hun personeelsbestand een afspiegeling is van de etnische samenstelling van de bevolking.

Draagvlak
Politieke partijen in de coalitie weten dat in de samenleving thans geen draagvlak hiervoor gevonden kan worden, maar staan tegelijkertijd voor een dilemma. Enerzijds staat het treffen van pijnlijke maatregelen ten gunste van allochtonen op de arbeidsmarkt gelijk aan politieke zelfmoord, maar anderzijds betekent het voortgaan op de huidige koers uitsluiting van allochtonen en bestendiging van een etnisch gedefinieerde onderlaag in de samenleving. Dit zijn helaas ideale ingrediënten voor meer polarisering en verscherping van de sociale spanningen, vooral in een tijd waar politieke partijen de etnische tweedeling voor demagogische doeleinden misbruiken. Voortzetting van de huidige koers is noch politiek, noch moreel verantwoord.



Wasif Shadid - shadid@uvt.nl

Schrijf commentaar - Lees commentaar (0)